MUSEUM
Het Scheepvaartmuseum
Het maritieme museum in het oude marinemagazijn, met een replica van een Oost-Indiëvaarder op ware grootte aan de kade.
Een marinemagazijn aan het water
Het Scheepvaartmuseum is het Nederlandse maritieme museum, en het gebouw is de halve reden om te komen. Het werd in 1656 gebouwd als 's Lands Zeemagazijn, het opslaggebouw van de Amsterdamse Admiraliteit, naar een ontwerp van Daniël Stalpaert. Kanonnen, zeilen, vlaggen en al het andere materiaal voor de oorlogsvloot werden hier bewaard, klaar om aan boord van de schepen te worden gebracht.
De Nederlandse Wikipedia noemt de collectie de op één na grootste maritieme collectie ter wereld, met zo'n 300.000 objecten. Je vindt er schilderijen, scheepsmodellen, wapens en wereldkaarten. Maar het mooiste is buiten, op het water.
Een gebouw dat bleef zakken
Het magazijn stond op 2.300 palen en begon toch te zakken. Er werden steunberen en extra uitbouwen toegevoegd om te voorkomen dat het zou doorzakken of zelfs instorten. In 1791 bleven na een brand alleen de bakstenen muren overeind. De zwartgeblakerde gevels werden daarna bedekt met pleisterwerk met voegen, zodat het op blokken zandsteen lijkt.
In 1795 kwamen de Fransen, werd de Bataafse Republiek gesticht en werden de vijf Admiraliteiten opgeheven. Het magazijn werd een opslagplaats voor de nieuwe nationale marine, en dat bleef het tot begin jaren zeventig. Het museum zelf was in 1922 geopend in een tijdelijk gebouw op de hoek van de Cornelis Schuytstraat en de De Lairessestraat. In 1973 verhuisde het hierheen.
Tussen 2007 en 2011 was het gebouw dicht voor een grote renovatie. Architect Liesbeth van der Pol plaatste een glazen dak boven de binnenplaats, en op 2 oktober 2011 ging het museum weer open. Onder die binnenplaats liggen tongewelven die vroeger zo'n 40.000 liter regenwater opvingen, drinkwater voor de schepen.
Waar je op moet letten
Begin op de kade. Aan de steiger ligt een replica op ware grootte van de Amsterdam, een Oost-Indiëvaarder van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. In 1985 begon de bouw, op basis van opgravingen bij het wrak van het origineel, en de replica stamt uit 1990. Het origineel zeilde in 1749 uit met 333 mensen aan boord en een lading zilver. Het schip kwam tot in Engeland. Kijk omhoog naar de masten en het want, en zie hoe dicht de romp bij de muur van het museum ligt. De replica is onderdeel van het museum, met ruimtes die laten zien hoe de mensen aan boord werkten en leefden.
Naast haar ligt het stoomschip Christiaan Brunings, in 1900 gebouwd als ijsbreker en als vlaggenschip van Rijkswaterstaat. Kijk ook naar het botenhuis op de steiger. Daar ligt de koninklijke barge, een galei uit 1816 die de koninklijke familie bij bijzondere gelegenheden gebruikte. Koningin Juliana en prins Bernhard namen hem bij hun zilveren bruiloft in 1962. Op 15 oktober 2015 was hij hier weer te zien.
Ga binnen vooral voor de kaarten. De collectie heeft werk van Willem Blaeu en zijn zoon Joan, de grote cartografen van de 17e eeuw. Er is ook een bewaard gebleven eerste uitgave van De Moluccis Insulis van Maximilianus Transylvanus, het eerste gedrukte verslag van Magalhães' reis om de wereld. De schilderijen tonen marineofficieren als Michiel de Ruyter, en zeeslagen. Ga daarna in de binnenplaats onder het glazen dak staan en bekijk Stalpaerts metselwerk van binnenuit.
Voor je gaat
- Hoe kom je er: ongeveer 15 tot 20 minuten lopen vanaf Centraal Station. Liever met het openbaar vervoer? Kijk dan in een reisplanner.
- Het adres is Kattenburgerplein. De kade met de schepen vind je makkelijk aan de waterkant van het gebouw.
- Doordeweekse ochtenden zijn meestal rustiger, en het schip is meestal het drukst bij mooi weer.
- De replica van de Amsterdam hoort bij het museum, dus ga zeker aan boord. Je kunt haar ook vanaf de kade bekijken.
- Reken tijd in voor de binnenplaats en de steiger, naast de zalen. Draag gemakkelijke schoenen, want je loopt steeds heen en weer tussen binnen en buiten.









