MUSEUM
Wereldmuseum Amsterdam
Het voormalige Tropenmuseum: wereldculturen in een imposant koloniaal gebouw uit 1926 aan het Oosterpark.
Een wereld in één gebouw
Het Wereldmuseum Amsterdam staat aan de Linnaeusstraat, aan de rand van het Oosterpark. Tot 2023 was het het Tropenmuseum, en veel Amsterdammers gebruiken die naam nog steeds. Het gebouw is een groot pand uit de koloniale tijd, gebouwd in 1926, en het is de moeite waard om het eerst van buiten te bekijken voordat je naar binnen gaat.
Het museum toont wereldculturen, zowel levende tradities als geschiedenis. De collectie telt 153.000 voorwerpen en 210.000 historische foto's. Er zijn schilderijen, geluidsopnamen en video, een grote verzameling textiel uit Indonesië en veel voorwerpen uit Nieuw-Guinea en Suriname. Neem er de tijd voor. Dit is geen plek voor een vluchtige blik.
Van Haarlem naar de Linnaeusstraat
Het verhaal begint in 1864, toen Frederik Willem van Eeden het Koloniaal Museum in Haarlem oprichtte. Vanaf 1871 was het gevestigd in Paviljoen Welgelegen. Daar werd het te krap, en er kwam een plan voor een nieuw gebouw in Amsterdam, ontworpen door het bureau Van Nieukerken uit Den Haag. De kern van de collectie is de oude koloniale collectie uit Haarlem, samengevoegd met de etnografische collectie van Artis.
Houd dat in gedachten als je rondloopt. De meeste voorwerpen komen uit de voormalige Nederlandse overzeese gebieden, en het museum begon als onderdeel van het koloniale project. Vandaag stelt het vragen over dat verleden in plaats van het alleen te tonen. De vaste tentoonstelling Things That Matter, die in 2018 opende, is een plek om dat te zien.
De naam veranderde een paar keer. Vanaf 1950 heette het Tropenmuseum. In 2014 fuseerde het met de musea in Leiden en Berg en Dal tot het Nationaal Museum van Wereldculturen. In 2023 werd het het Wereldmuseum Amsterdam.
Het gebouw heeft ook een oorlogsverhaal. In 1940 namen de Duitsers het Koninklijk Instituut voor de Tropen in beslag voor hun Grüne Polizei, maar het museum zelf lieten ze met rust, dus het bleef open. De conservator, Gerard Tichelman, maakte daar gebruik van. Hij drukte illegale informatie, bewaarde wapens en zenders en hielp mensen onder te duiken, onder wie Henk Colijn, zoon van de voormalige minister-president. Bij een inval werd maar één keer iets gevonden, en zijn rol bleef de hele oorlog geheim.
Waar je op moet letten
Begin met het textiel. De Indonesische collectie is echt een sterk punt, en het weven en verven verdienen een rustige blik. Zoek daarna de voorwerpen uit Nieuw-Guinea en Suriname, waar het museum er veel van heeft.
Lees de bordjes met de geschiedenis in je achterhoofd. Wie heeft een voorwerp gemaakt, wie heeft het verzameld, en hoe kwam het in Amsterdam terecht? Het museum nodigt je uit om dat te vragen.
Kijk wat er tijdens je bezoek te zien is. De tijdelijke tentoonstellingen hebben een lange staat van dienst, van Bali en de Sahara tot mode in Afrikaanse steden en seksuele diversiteit in China. Meestal draait er wel iets nieuws.
Als je van foto's houdt: het museum schonk tussen 2009 en 2015 50.000 beelden uit zijn collectie aan Wikimedia Commons. Het was een van de eerste Nederlandse instellingen die op deze manier met Wikipedia samenwerkte.
Voor je gaat
- Loop door het Oosterpark naar de kant van de Linnaeusstraat. Het museum ligt aan de rand van het park, en de Muiderpoort is er twee minuten lopen vandaan.
- Kijk voor je vertrekt op de website van het museum voor de actuele openingstijden en wat er te zien is.
- Een doordeweekse ochtend is meestal het rustigst om door de zalen te dwalen.
- Het is allemaal binnen, dus het past bij een regenachtige dag. Reken op minstens twee uur.
- Bekijk het gebouw eerst vanaf de straat. Het is een groot stuk architectuur uit 1926 en het vertelt iets over de oorsprong van het museum.









