BEZIENSWAARDIG
Molen De Gooyer
De hoogste houten windmolen van Nederland, vlak naast Brouwerij 't IJ (staat al op de kaart).
Een molen waar je niet in kunt
De Gooyer is de hoogste houten windmolen van Nederland. Hij staat aan de Funenkade, aan de oostkant van het oude centrum, tussen de Nieuwe Vaart en de Singelgracht. Het is een stellingmolen, een molen met een verhoogde stelling, en hij is van Stadsherstel Amsterdam. Naar binnen kun je niet. Dit is een plek om even te blijven staan, omhoog te kijken en een foto te maken.
Het is een fijne korte stop. De molen steekt boven een rustig stukje water uit, met veel lucht eromheen. Daarom werden molens ook aan de rand van de stad gebouwd.
Hoe hij hier terechtkwam
De naam heeft twee verklaringen. Sommigen zeggen dat de molen zo hoog is dat hij uitkijkt over Het Gooi. Andere bronnen, uit 1603 en 1608, zeggen dat de naam komt van twee eerdere eigenaren uit het Gooiland. Het tweede verhaal heeft het oudere papieren spoor.
Hier is de molen niet begonnen. In de 16e eeuw stond er een molen op een eerdere plek. Na verwoesting en een paar verplaatsingen werd hij in 1725 herbouwd op de plek waar nu de Oranje-Nassaukazerne staat. In 1814 verhuisde hij voor het laatst, naar de Funenkade. Daar werd hij gezet op de stenen voet van een watermolen die in 1812 was afgebroken.
De rand van de stad was de juiste plek. Tussen de 17e en het einde van de 19e eeuw stond een grote groep korenmolens op de bastions van de buitenste stadsgracht en ving de wind. Rond 1900 werden de laatste gesloopt, behalve deze.
Redding, oorlog en een op hol geslagen storm
In de jaren twintig was de molen in verval geraakt. In 1928 kocht de gemeente Amsterdam hem voor 3.200 gulden en liet hem restaureren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen elektriciteit schaars was, draaide hij als korenmolen voor particulieren in de stad.
De restauratie van 1928 gaf hem moderne, efficiëntere wieken. Op 13 november 1972 liet een storm zien dat die zwak waren. De wieken gingen uit zichzelf draaien en de molen sloeg op hol. De bovenas brak en de wieken vielen in de Nieuwe Vaart, het water direct naast de molen. In 1976 werd bij de nabijgelegen Stork een nieuwe as gegoten, en het oorspronkelijke Oudhollandse type wieken kwam terug.
Waar je op kunt letten
Begin bij de vorm. Twee houten achthoeken staan op elkaar, op een stenen voet. Die voet is het oude fundament van de watermolen van vóór 1812.
Loop dan naar de waterkant. De Nieuwe Vaart ligt vlak naast de molen, dichterbij dan je denkt. Hier belandden de wieken in 1972.
Kijk nu naar het gebouw ernaast. Dat is het voormalige gemeentelijke badhuis uit 1911, Funenkade 7. Veel mensen denken dat het bij de molen hoort. Dat is niet zo. De twee delen geen geschiedenis en geen architectuur. De molen doet niets voor de brouwerij erin, behalve op de etiketten staan.
Voor je gaat
- De molen staat aan de Funenkade, ten oosten van het oude centrum. Gebruik Brouwerij 't IJ ernaast als oriëntatiepunt.
- Hij staat buiten in de open lucht, dus je kunt er op elk moment gratis naar kijken. Van binnen is hij niet open voor bezoekers.
- Ga op een heldere dag. Het houten lijf en de wieken komen het best uit tegen een open lucht.
- Loop om naar de waterkant voor het mooiste uitzicht, en om te zien waar de wieken in 1972 in het water vielen.
- Combineer het met de Muiderpoort en het museum in het Oosterpark voor een gemakkelijke halve dag in het oosten.







